Voedingsleer

Veel mensen die willen afvallen doen maar wat. Ze weten niet waar ze mee bezig zijn en weten de mogelijkheden niet. Als je werkelijk wilt afvallen of droogtrainen, moet je tenminste weten waar je voedsel uit bestaat en hoe je energie systeem werkt. Als je dit weet, zal je anders tegen voeding aankijken, en automatisch op een goede goede manier gaan eten. Afvallen begint bij de oorsprong. Namelijk weten wat je eet, en wat je lichaam ermee doet! Na het volgen van deze mini cursus voedingsleer, zal het een stuk duidelijker zijn.

 

Ons lichaam is 24 uur per dag in beweging. Ook als we slapen is het lichaam nog in beweging (hersenactiviteiten, celvernieuwing, hartslag ed). Daarvoor heeft het lichaam energie nodig. Deze energie komt vrij door het verbranden van verbrandingsstoffen in ons lichaam. De verbrandingsstoffen halen wij uit voedingsstoffen. Voedingsstoffen zorgen ook voor de aanmaak, opbouw, vernieuwing, afbraak en afvoer van onze lichaamscellen (huid, haar, nagels, spieren, pezen, organen ed). Onze energie halen we uit koolhydraten, vetten, eiwitten en alcohol. Bij de vertering worden koolhydraten omgezet in glucose, eiwitten in aminozuren, en vetten in vetzuren en glycerol voordat het kan worden opgenomen. Zodra we voedsel of drinken in onze mond stoppen, begint direct de spijsvertering.

De spijsvertering

Onze spijsvertering zorgt ervoor dat de voedingsstoffen uit het voedsel welke wij nuttigen kan worden gehaald. De spijsvertering is dus een proces, waarbij het voedsel dat wij nuttigen, in ons lichaam wordt bewerkt en afgebroken, tot zeer kleine deeltjes. Deze noemen wij voedingsstoffen, welke via het bloed vervoerd worden naar onze cellen.

 

Het afvoeren van de bijkomende afvalproducten, is ook een taak van onze spijsvertering. Afvalstoffen worden oa. uit het lichaam verwijdert door zweten, urineren en ontlasting. Het kanaal in ons lichaam waar de spijsvertering plaatsvindt, noemen wij het spijsverteringskanaal. Dit kanaal loopt vanaf de mond tot en met de anus. De organen die zich hiermee bezig houden noemen wij de spijsverteringsorganen, welke elk zo hun eigen functie hebben.

 

Het spijsverteringskanaal heeft dus als taak het opnemen van voedsel, het vloeibaar maken van voedsel, het afbreken van voedsel tot zeer kleine deeltjes, het afgeven van deze zeer kleine deeltjes aan het bloed en het verwijderen van de onverteerbare deeltjes en afvalstoffen uit ons lichaam. De spijsvertering begint dus direct al in onze mond. De gehele spijsvertering van inname in de mond, tot en met de uitscheiding via de anus duurt ongeveer 24 - 48 uur.

 

De mond - De mond is de ingang van het spijsverteringskanaal, daar waar het voedsel ons lichaam binnenkomt. Hier vindt de eerste stap van de voedsel verwerking plaats. In de mond wordt voedsel klein gemaakt door te kauwen, zodat het makkelijker is door te slikken. Er worden ook koolhydraten afgebroken tot suikers. Dit gebeurt door het in speeksel opgeloste enzym amylase. Deze is in staat om de uiteinden van lange koolhydraatmoleculen af te knippen, zodat makkelijk verteerbare suikers overblijven. Amylase uit speeksel blijft werken totdat het voedsel in de maag terecht komt.

 

De slokdarm - De slokdarm is een ongeveer 25cm. lange en gespierde buis, die de mond met de maag verbindt. De slokdarm speelt verder geen andere rol bij de spijsvertering dan transportmiddel. Via deze weg komt het voedsel bij de maag. Onderaan de slokdarm zit de maagpoortspier. Als voedsel onderaan de slokdarm is gekomen, ontspant de maagpoortspier automatisch, om het voedsel door te laten naar de maag. Buiten deze korte openingstijden blijft de poort gesloten, zodat er geen zure inhoud uit de maag de slokdarm in kan stromen.

 

De maag - De maag is een gespierde zak, die krachtig samentrekt en daarbij voedsel kneedt en fijn maakt. Tijdens het kneden scheidt de maagwand spijsverterend sap af, waardoor de voedingsstoffen worden afgebroken. De maag heeft 3 functies: Het verder kneden en fijnmalen van voedsel dat via de slokdarm de maag binnenkomt, het doden van bacteriën en het afbreken van eiwitten en vetten. Eiwitten worden in de maag afgebroken door het enzym pepsine, welke eiwit moleculen opknipt in de kleinere moleculen peptiden en polypeptiden (aminozuurketens). Vetten zijn moeilijk afbreekbaar, en worden daarom in een aantal stappen afgebroken in de maag. Eerst verdeeld de maag (tijdens het kneden) de vetten in kleine bolletjes. Vervolgens scheidt de slijmvlieslaag in de bovenste gedeelte van de maag een enzym af (lipase). Lipase is in staat om vetbolletjes af te breken tot vetzuren en monoglyceriden. De maag produceert steeds maar een beperkte hoeveelheid lipase, en zal dus niet ál het vet afbreken. Het grootste deel van de vetafbraak vindt dus ook plaats in de twaalfvingerige darm. Na een gewone maaltijd duurt het ongeveer 3 uur voordat de maag weer leeg is. Na een vetrijke schranspartij kan dit 2 uur langer duren.

 

De twaalfvingerige darm - Nadat de voeding in de maag is gekneed en vermengd met het zure maagsap, komt deze voedselbrij in de twaalfvingerige darm terecht. Hier wordt de zure voedselbrij vermengd met een zuur-neutraliserende galvloeistof uit de galblaas en met spijsverteringssappen uit de alvleesklier. Het gal wat via de galblaas uit de lever komt breekt het vet af waardoor het beter te verteren is. De enzymen die uit de alvleesklier komen, zoals trypsine, amylase, lipase en protease spelen een grote rol in de vertering van suikers, eiwitten en vetten. Zo is de voedselbrij klaar voor verdere vertering door de dunne darm.

 

De alvleesklier - De alvleesklier speelt een grote rol bij de vertering van voedsel. Deze produceert namelijk spijsverterings enzymen, die vervoerd worden naar de twaalfvingerige darm, en daar voedingsstoffen helpen afbreken. In de alvleesklier zitten kliertjes, die oa. de hormonen insuline en glucagon produceren. Deze kliertjes geven de hormonen direct aan het bloed af. Ook speelt de alvleesklier een belangrijke rol bij het regelen van de bloedsuikerspiegel. 

 

De lever - De lever heeft verschillende functies. Een belangrijke functie is de productie van gal, dat zorgt voor een betere opname van vetten in de darm. Via de gal worden ook zouten en afbraak producten van bloed naar de darm vervoerd. Via de galgangen in de lever wordt de geproduceerde gal opgeslagen in de galblaas. Ook produceert de lever belangrijke eiwitten die het lichaam nodig heeft. Hieronder vallen onder andere cholesterol, eiwitonderdelen voor hemoglobine (de stof die de zuurstof in het bloed vervoert), eiwitten die nodig zijn voor de stolling van het bloed en afweerstoffen. Daarnaast wordt in de lever ook glycogeen opgeslagen en worden giftige stoffen afgebroken.

 

De dunne darm - De belangrijkste functie van de dunne darm is water en voedingsstoffen uit het voedsel op te nemen en het onverteerde voedsel over te brengen naar de dikke darm, waar het verder wordt bewerkt voordat het gedeeltelijk wordt uitgescheiden. Verschillende sappen, zoals gal uit de lever en chemische stoffen (enzymen) vanuit de pancreas, worden met de inhoud van de darm gemengd om complexe voedingsstoffen af te breken. Dit proces wordt vertering genoemd. Zodra de voedingsstoffen tot kleinere moleculen zijn afgebroken, kunnen ze in de bloedstroom worden opgenomen door de wand van de dunne darm. De binnenkant van de dunne darm telt talloze minuscule uitstulpingen, die villi intestinales (darmvlokken) worden genoemd. Doordat deze vlokken het oppervlak van de darm aanzienlijk vergroten en dankzij de goede doorbloeding kan de dunne darm voedingstoffen snel en doelmatig opnemen. Het netwerk van zenuwen in het subslijmvlies helpt het verteerde voedsel door de dunne darm te drijven.

 

De dikke darm - De dikke darm is het laatste gedeelte van ons spijsverteringskanaal. Hoewel er grotendeels restafval van voorgaande spijsverteringsstappen in terecht komen, weet de dikke darm er toch nog voedingsstoffen uit te halen die nuttig zijn voor ons lichaam. Bacteriën in de dikke darm kunnen resten afbreken wat in de maag niet lukt. Hierna worden de laatste voedingsresten uit ons lichaam verwijdert via de anus.  mensen